Het noorderlicht 

 

Beste reisperiode
Hoe ontstaat het noorderlicht?
Tips om het noorderlicht te fotograferen


Het noorderlicht, met zijn in stilte verschuivende gordijnen van lichtgevende kleuren die dikwijls een groot gedeelte van de nachtelijke hemel bedekken, is één van de indrukwekkendste fenomenen van de natuur. Soms neemt het de vorm aan van een kleurrijke gloeiende boog. Andere keren lijkt het mysterieus door de hemel te glijden als een golvende waterval van kleuren.

Het Noorderlicht, een uitzonderlijk natuurfenomeen.

Het aanschouwen van het noorderlicht is voor veel reizigers een hoogtepunt van hun reis naar Lapland.

We geven je enkele tips mee die misschien van belang zijn bij de planning van je reis in functie van het noorderlicht.

Hou er echter rekening mee: Het noorderlicht blijft een natuurfenomeen! Niemand kan je garantie geven op noorderlicht, wat men ook mag beweren.

Enkele factoren kunnen wel een rol spelen bij het aanschouwen van het noorderlicht.

1. Lange donkere nachten en uitgelezen locaties

Complete duisternis is ideaal om het noorderlicht te observeren. Daarom nemen wij je op de noorderlicht-excursies steeds mee naar plekken zonder veel strooilicht, bv. midden op een bevroren meer of op een heuveltop ver van de bewoonde dorpen.

Donkere periodes met korte dagen bieden meer kans op het noorderlicht. Het noorderlicht komt in principe reeds vanaf oktober voor, maar de 'donkere dagen' vind je vooral in december - januari - februari - maart.

2. Nieuwe maan

De periodes rond nieuwe maan zijn statistisch gezien de beste om het noorderlicht te observeren. De komende winter valt de nieuwe maan concreet rond 3 december, 1 januari, 30 januari, 1 maart en 30 maart.

3. Hoe noordelijker, hoe beter?

Veel reizigers zweren bij een zeer noordelijke locatie voor het observeren van het noorderlicht. Dit is slechts gedeeltelijk waar. Om het noorderlicht te observeren is een heldere hemel nodig. Het gebeurde de voorbije winter echter meermaals dat het weer in het noorden van Lapland zeer bewolkt was, terwijl de hemel iets zuideljker open was en er dus een veel betere noorderlicht observatie was.

4. Winter 2013-2014 : ideaal voor noorderlicht ?

Volgens de NASA zitten we momenteel op het einde van een zonnecyclus wat uitstekende voorwaarden biedt voor veel en intense zonne-activiteit en dus ook meer kansen op noorderlicht. Sowieso is er veel zonne-activiteit, dus de kansen op het waarnemen van het noorderlicht zijn zowel in Noord- als Midden-Lapland theoretisch optimaal.

Het Noorderlicht door de lens van natuurfotograaf Bart Heirweg


Ontstaan van het noorderlicht:
Poollicht komt op beide halfronden voor en staat bekend als Aurora Australis (Zuiderlicht) en Aurora Borealis (Noorderlicht). Het woord aurora is afgeleid van de naam van de Romeinse godin van de dageraad. Dat de folklore van volken op hoge noordelijke breedten, zoals de Inuit, rijk is aan verwijzigingen naar de Aurora Borealis is niet verwonderlijk. Evenzo is in de mythologie van de Nieuw-Zeelandse Maori's een belangrijke plaats ingeruimd voor de Aurora Australis, of 'het branden van de hemel'. 

Het poollicht wordt veroorzaakt door binnendringende elektronen van zonne-emissies, die in de hoogste laag van de atmosfeer aardse gasmoleculen tegenkomen op een hoogte van 80 tot 1.000 kilometer boven het aardoppervlak. Deze elektronen, die met een snelheid van ongeveer 1.600 kilometer per seconde reizen, botsen op zuurstof- en stikstofmoleculen in de atmosfeer, waardoor een elektronische 'lichtflits' wordt geproduceerd die een quantum wordt genoemd.

De golflengte en bijgevolg de zichtbare verschijningsvorm van dit licht is afhankelijk van het soort molecuul dat de schok van het elektron opvangt en de luchtdruk waarbij de botsing plaatsvindt.

Als elektronen op zuurstofmoleculen botsen in gebieden in de atmosfeer met een lage druk, verschijnt er een geelgroen poollicht. Botsingen met zuurstof in gebieden met een lagere druk op grotere hoogten veroorzaakt rood licht. De interactie met atmosferische stikstof veroorzaakt een blauwe tint.

Poollichtgebieden:
Elektronen hebben een negatieve lading en worden door het aardmagnetische veld naar de magnetische Noord- en Zuidpool gedirigeerd. Daarom is poollicht een verschijnsel van de hoge breedten, dat voorkomt in twee 'poollichtzones' die ongeveer 20 tot 25 graden van de magnetische Noord- en Zuidpool van de aarde liggen.

Poollicht ziet er vanuit de ruimte gezien uit als een reusachtige ring van gloeiende deeltjes rond een magnetische pool. Binnen de poollichtzones kan het hele jaar door in de meeste heldere nachten poollicht worden waargenomen. Poollicht komt het meest voor rond de tijd van de equinoxen. De redenen hiervoor zijn nog niet duidelijk. Wat beter wordt begrepen is het verband tussen poollicht en zonnevlekken. Aangezien poollicht door de zonne-emissies wordt veroorzaakt, is het niet verwonderlijk dat poollicht het meest voorkomt in de perioden van 11 jaar met maximale zonneactiviteit. In de perioden van maximale activiteit was het noorderlicht ver zuidelijk te zien tot in Athene en Mexico City, en het zuiderlicht ver noorderlijk tot in de stad Brisbane in Australië.

Handige website & App:
Op Spaceweather.com en www.gi.alaska.edu/AuroraForecast vind je veel (wetenschappelijke) informatie over het noorderlicht en kan je de korte termijn voorspelling bijhouden. Ook handig is de Aurora Buddy, een gratis App voor Android die de noorderlicht voorspellingen bijhoudt en je een alarm kan geven.

Noorderlicht fotograferen:
Hoe ga je nu praktisch te werk bij het fotograferen van het noorderlicht? Natuurfotograaf Bart Heirweg geeft enkele belangrijke tips:

Om te beginnen doe je er goed aan vooraf enkele locaties te verkennen zodat je niet meer hoeft te zoeken naar een geschikte plaats wanneer de activiteit begint. Zorg dat je al voor duisternis aanwezig bent, zodat je de compositie en scherpstelling al kunt bepalen. Stel manueel scherp en vermijd daarna de scherpstelring nog aan te raken.

Het grillige Noorderlicht laat zich niet eenvoudig op foto vastleggen

Als je het licht optimaal wilt fotograferen, dan haal je het beste resultaat met lichtsterke breedhoeklenzen met een diafragma opening van f2.8. Echte noorderlicht fotografen maken zelfs gebruik van f1.4 lenzen. Daarnaast heb je ook een camera nodig die goed presteert op hogere ISO-waarden. De sluitertijd blijft namelijk best onder de 30 seconden door de lens in te stellen op haar grootst mogelijke diafragma (bvb. f2.8) en de ISO op te drijven tot ISO800 of zelfs hoger. Op die manier behoud je zoveel mogelijk de prachtige vorm en structuur van het licht. Wanneer de sluitertijd langer dreigt te worden, loop je de kans dat het licht tot een wazige groene vlek vervaagd wordt. Bij zwakke aurora’s kan dit net het gewenste effect zijn om het licht wat te versterken.

Tenslotte is het natuurlijk logisch dat dit alles vanop een stevig statief moet gebeuren in combinatie met een afstandbediening en mirror lockup (spiegelopklappen) om elke vorm van trilling en bewegingsscherpte te vermijden. De sterkste (en meestal ook moeilijkste) noorderlichtfoto’s tonen niet enkel het licht, maar hebben ook landschappelijk een meerwaarde. Je gaat dus niet enkel het licht fotograferen, maar probeert ook wat meer de omgeving in beeld te brengen. Omwille van de beperkte scherptediepte, die je nodig hebt om het licht te fotograferen, is het moeilijk om het landschap volledig scherp weer te geven. Daarvoor kan je ook gebruik maken van twee opnames, waarbij je één foto neemt bij f2.8 en een hoge ISO-waarde voor het licht en vervolgens een foto met een hogere diafragmawaarde (bvb. F8.0) en lagere ISO-waarde voor het landschap. Deze foto’s kan je achteraf via lagen en maskers softwarematig samenvoegen zoals je ook bij een exposure blend doet.

Maar het allerbelangrijkste is misschien wel dat je vooral ook niet mag vergeten om de camera even opzij te zetten, in de sneeuw te gaan liggen en gewoon te genieten van het mooiste en meest beklijvende natuurfenomeen op aarde!